In het DeLaMar-Theater in Amsterdam namen honderden fans afscheid van de op 82-jarige leeftijd overleden zanger Rob de Nijs. In een lange rij wachtten zij vanmorgen tot zij langs de kist konden lopen. “Hij was niet zo van de glitter en glamour”.

Behalve de medewerker die zachtjes aan mensen vraagt bloemen aan hem te geven is het bijna helemaal stil in het DeLaMar-theater, waar vandaag de kist van Rob de Nijs in de lobby staat. Het geschuifel van voeten klinkt, en af en toe een snik als mensen na een korte wandeling vanaf de zij-ingang oog in oog staan met de kist van de zanger.

Die staat voor een zwart gordijn, omringd door bloemstukken met linten waarop namen van familieleden staan. Om de kist heen staan zes kaarsen op hoge witte standaarden en op een kussen op de kist ligt de koninklijke onderscheiding van De Nijs die hij in 2000 ontving: Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.

Sobere kist

De kist is van een vrij lichte houten kleur en tamelijk sober. “Dat past wel bij hem”, zegt de 61-jarige Simone Snel uit IJmuiden. “Rob was niet zo van glitter en glamour. Ja, op het podium wel, maar niet in zijn privéleven.”

Ze is lid van een grote fanclub van de zanger en heeft met de club een enorm bloemstuk laten maken. Dat ligt niet bij de kist, maar op het podium van het theater, waar later een afscheid volgt voor vrienden en familie. Ook veel andere mensen hebben bloemen meegenomen.

Vijftigplussers

De 26-jarige Danny van Waard uit het Noord-Hollands Midwoud heeft een bosje witte rozen bij zich. Hij is een van de weinige jonge mensen in de rij, die vooral bestaat uit vijftigplussers. “Toen hij zijn grootste hit Banger Hart had (in 1996, red.), was ik nog niet eens geboren”, zegt Van Waard.

“Maar ik houd van oude Nederlandse muziek. Ik ben iemand die veel naar teksten luistert en de emoties die iemand in die teksten legt, dat vond ik ook mooi bij Rob de Nijs.” Net als vele andere mensen in de rij, heeft hij de zanger ontmoet. “Ik heb hem na een concert de hand geschud en gezegd dat hij een topper was.”

De rij was al vroeg in de ochtend lang:

Waar het in de lobby stil is, wordt er in de rij buiten uitvoerig over de zanger gepraat. Bijvoorbeeld over zijn uiterlijk: “De blik in zijn ogen die hij had, ook toen hij ouder werd. Dat waren jonge ogen, niet de ogen van een oude man”, zegt een blonde vrouw van in de vijftig tegen twee andere vrouwen.

De 63-jarige Vlaamse Martine Christiaen ontmoette de zanger ruim dertig jaar geleden met haar koor in Oostende. “Hij kwam daar graag. Hij hield van de mensen daar en de zee. En er wordt ook gezegd dat hij daar een liefje had.”

Uit de belangstelling vandaag blijkt in ieder geval dat de zanger ook in België zeer geliefd was. Naast Christiaen wordt er in de rij wel meer met Vlaamse tongval gesproken. Uit België is een groep fans samen met een speciale bus gekomen. Christiaen: “Sinds mijn zeventiende volg ik zijn muziek. En Het werd zomer was het openingsnummer op de bruiloft van mijn man en mij”.

Verderop in de rij staan Lilian en Rio van Santen uit Bergschenhoek, Zuid-Holland, voor wie een ander nummer een speciale betekenis heeft. “Het nummer Bo (uit 1983, red.) kwam uit toen we elkaar net ontmoetten en daar denk ik aan als ik het weer hoor”, zegt Lilian.

Rij lost op

Rond 11.30 uur is de rij voor het theater, die eerst tientallen meters lang was, zo goed als verdwenen. Met een aantal andere leden van de fanclub praat IJmuidens fanclub-lid Snel bij de ingang na. “Ik moest wel even huilen toen ik zijn kist zag. Ik heb hem bedankt voor de mooie muziek. Hij reisde zijn hele leven met mij mee.”

Ze ging naar honderden concerten van De Nijs, maar haar mooiste herinnering is een ontmoeting met de zanger in 2018, na een concert. “Hij nodigde mij uit in de artiestenfoyer van de stadsschouwburg van IJmuiden. Daar dronk ik een biertje met hem en aten we bitterballen. Hij was zoals altijd geïnteresseerd en wou alles weten.”

Met twee medefans loopt ze weg. “Het is nog wat vroeg, maar we gaan zo nog even een neutje nemen op Rob.”

Door Haluk