Ruim 700.000 mensen in Nederland zijn op zoek naar een andere huisarts, veelal vanwege verhuizing of uit onvrede over hun huisarts. Maar een nieuwe dokter vinden is vaak onmogelijk vanwege patiëntenstops. Ook hebben 45.000 tot 194.000 mensen überhaupt geen huisarts. Dit blijkt uit een rapport van de Algemene Rekenkamer waarin de meeste recente data van verschillende instituties over huisartsentekorten zijn verzameld en geanalyseerd.

Op veel plekken in het land wordt niet meer voldaan aan de regel dat iedereen op een huisarts in de buurt mag rekenen, want 60 procent van de praktijken neemt geen nieuwe patiënten aan. De Algemene Rekenkamer concludeert dat er een landelijk huisartsentekort is.

Er zijn meerdere oorzaken waardoor de huisartsenzorg steeds minder toegankelijk wordt. Er zijn meer huisartsen dan ooit, maar de taken en de werkbelasting zijn in omvang sterker gegroeid. Diverse medische verrichtingen die voorheen in het ziekenhuis werden gedaan, bijvoorbeeld het plaatsen van een spiraaltje, pakt een huisarts nu op.

De dubbele vergrijzing veroorzaakt bovendien een stijgende zorgvraag, want er zijn steeds meer hulpbehoevende ouderen die langer leven maar niet per se in goede gezondheid. Deze mensen leven na de massale sluiting van verzorgingshuizen twaalf jaar geleden ook langer thuis waardoor huisartsen voor meer kwetsbare ouderen moeten zorgen.

Stapeling van zware taken

Verder moeten huisartsen meer andere complexe patiënten begeleiden die vanwege lange wachttijden niet in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) terechtkunnen.

De werkdruk verergert naar verwachting het tekort aan huisartsen. De Algemene Rekenkamer ziet dat naar schatting 25 procent van de huisartsen 15 jaar na het behalen van het diploma stopt, voornamelijk vanwege de hoge werkdruk.

Om die werkdruk enigszins onder controle te houden, voelen huisartsen de noodzaak om geen nieuwe patiënten aan te nemen. Tegelijk neemt het aantal huisartsenpraktijken af waardoor de trend van ontoegankelijke zorg wordt versterkt.

Huisartsen werken steeds vaker als waarnemer of in dienst van een andere huisarts. “Terwijl juist praktijkhouders nodig zijn”, schrijft de Algemene Rekenkamer. “Zonder praktijkhouders zijn er geen praktijken waar patiënten zich kunnen inschrijven.”

Pech als huisarts tegen euthanasie is

Het feit dat mensen niet gemakkelijk kunnen overstappen, maakt het leven vaak een stuk ingewikkelder. Zoals voor Kasper Klaarenbeek, een 62-jarige man uit Veenendaal die vanwege een zeldzame vorm van kanker waarschijnlijk nog maar enkele jaren te leven heeft.

Nu is de kwaliteit van leven nog goed, maar als die heel slecht wordt, wil Klaarenbeek de optie voor euthanasie hebben. Zijn vorige huisarts wilde daarbij helpen. “Maar die viel uit vanwege ziekte. Mijn nieuwe huisarts is vanuit levensovertuiging tegen euthanasie. Bij andere huisartsen in Veenendaal kan ik dus niet terecht. Voor mijn gevoel verlies ik nu grip op iets belangrijks als mijn levenseinde.”

Ingrid Joosten uit Lelystad moet voor haar diabetes geregeld naar de huisarts. Daarvoor moet ze vier kilometer rijden. In de buurt kan ze niet terecht vanwege patiëntenstops. “Nu gaat het nog, ik heb een auto. Maar wat als dat oude ding kapotgaat? Ik ben 70 jaar en heb een kleine AOW. Ik kan niet een nieuwe auto kopen. En het openbaar vervoer komt niet bij mijn huisarts. Daar maak ik me echt zorgen over.”

Agema wil praktijkhouderschap stimuleren

Zorgminister Fleur Agema heeft via een Kamerbrief gereageerd op het rapport. Ze schrijft de oplossing vooral te zoeken in het vergroten van het aantal opleidingsplaatsen voor nieuwe huisartsen en het aantrekkelijker maken van het praktijkhouderschap. “Met één huisarts op 1250 inwoners ben ik ervan overtuigd dat dit mogelijk is.”

De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) staat achter het voornemen om de huisartsenopleiding nog populairder te maken. Ruim een derde van de geneeskundestudenten kiest nu voor deze route.

Agema wordt nog niet concreet in haar brief over hoe ze het praktijkhouderschap aantrekkelijker wil maken, maar geeft aan te willen onderhandelen met zorgpartijen over een Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord.

Financiële steun voor startende artsen

Voor Marjolein Tasche, voorzitter van de LHV, is duidelijk wat nodig is om praktijkhouderschap te stimuleren. Nu al willen artsen geregeld praktijkhouder worden, maar krijgen ze de startfinanciering niet rond. De kosten voor huisvesting en personeel zijn de afgelopen jaren sterk gegroeid.

“Daaraan kunnen ook de overheid, zorgverzekeraars en gemeenten stevig bijdragen. Door praktijkstart financieel te ondersteunen, de organisatorische rompslomp te verminderen en met betaalbare, geschikte huisvesting.”

Door Haluk