De vijftien Palestijnen die twee weken geleden door Israël werden gedood in Rafah in het zuiden van Gaza waren duidelijk herkenbaar als hulpverleners. Dat blijkt uit beelden van de aanval die The New York Times vanochtend heeft gepubliceerd.

Israël beweerde eerder het konvooi onder vuur te hebben genomen omdat het zich “verdacht” verplaatste, zonder verlichting of herkenningstekens. Op de beelden, die een van de gedode hulpverleners met zijn telefoon maakte, is te zien dat de voertuigen wel met autoverlichting en zwaailichten reden en bedrukt waren met het logo van de hulporganisatie Rode Halve Maan.

Een diplomaat van de Verenigde Naties heeft het bijna zeven minuten durende beeldmateriaal met The New York Times gedeeld. De beelden zijn door de Amerikaanse krant geverifieerd.

De beelden van de aanval op het konvooi kunnen als schokkend worden ervaren:

De lichamen van de vijftien hulpverleners werden afgelopen zondag na een zoektocht in een massagraf bij Rafah teruggevonden, waarin zij met voertuigen en al waren begraven. Ze waren toen al een week vermist.

Het Rode Kruis reageerde fel op de vondst van de gedode hulpverleners. Volgens Jagan Chapagain, hoofd van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen (IFRC), waren de hulpverleners duidelijk herkenbaar. “Ze droegen emblemen die hen hadden moeten beschermen, hun ambulances waren duidelijk gemarkeerd”, zei hij in een reactie.

“Dit is een massagraf met hulpverleners, gegraven met Israëlische bulldozers”, zei Jonathan Whitehall van VN-organisatie OCHA:

Maar Israël beweerde dat het niet om een “willekeurige aanval” ging. Het stelde dat een deel van de hulpverleners militanten waren. Een van hen zou volgens het Israëlische leger Mohammed Amin Shobaki zijn. Geen van de slachtoffers heette zo. Er werden ook geen andere lichamen gevonden in de buurt van het massagraf.

Minutenlang onder vuur

Op de gepubliceerde beelden van de aanval is te zien dat het konvooi van ambulances richting een een stilstaand voertuig rijdt. De hulpverleners waren naar de locatie toegekomen om hun collega’s te helpen die door het Israëlische leger werden aangevallen. Na het uitstappen namen militairen van het leger de hulpverleners minutenlang onder vuur.

Vervolgens is te horen hoe de hulpverlener die de beelden heeft gemaakt wanhopig roept en de islamitische geloofsbelijdenis reciteert, iets wat onder meer wordt gedaan als iemand zijn dood tegemoet gaat. De man vraagt zijn moeder om vergeving voor “het pad” dat hij “heeft gekozen, om mensen te helpen”.

Op de achtergrond zijn Israëlische militairen te horen die in het Hebreeuws schreeuwen. In de video is niet goed te verstaan wat zij zeggen.

De hulpverlener maakte de beelden met zijn telefoon. The New York Times meldt dat zijn lichaam werd gevonden in het massagraf. Hij bleek door zijn hoofd te zijn geschoten.

De Palestijnse Rode Halve Maan (PRCS) zei gisteren tijdens een persconferentie dat het de beelden aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gepresenteerd. Volgens de voorzitter van de PRCS werden de hulpverleners van dichtbij geraakt. Ook zei hij dat het leger wist wat er met de hulpverleners is gebeurd en de organisatie “acht dagen lang in het donker” heeft gehouden.

‘Oorlogsmisdrijf’

Strafrechtadvocaat Geert-Jan Knoops is verbonden aan het Internationaal Strafhof in Den Haag en heeft op verzoek van de NOS de beelden bekeken. “Het beschieten van een ambulance in een oorlogssituatie is volgens het internationaal oorlogsrecht verboden”, vertelt Knoops. “Het kan dus gaan om een oorlogsmisdrijf.”

Volgens de advocaat is het nu aan Israël om te bewijzen dat de voertuigen zijn gebruikt voor militaire doeleinden, zoals het land beweert. “Dan kan een ambulance volgens het oorlogsrecht worden aangemerkt als een militair doel.” Ook heeft Israël de plicht om een onderzoek in te stellen naar de aanval, zegt Knoops. “Doet deze partij dit niet, dan kan de aanklager van het Internationaal Strafhof dit in dit geval doen.”

Voor Marieke de Hoon, hoofddocent internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, bestaat er geen twijfel: het gaat hier om een oorlogsmisdaad. In haar ogen laten de beelden zien dat “hier hulpverleners worden aangevallen die duidelijk herkenbaar zijn”. “Hier is geen enkele rechtvaardiging voor,” aldus De Hoon.

Het Israëlische leger heeft inmiddels gereageerd op de video en aangegeven “het incident grondig te zullen onderzoeken, inclusief de beelden die momenteel rondgaan”. Hulporganisaties hebben daar echter weinig vertrouwen in. Het land heeft in het verleden vaker dergelijke interne onderzoeken aangekondigd, maar dat leidde zelden tot vervolgingen.

Door Haluk