Bij brand in historische panden in binnensteden ontbreekt het vaak aan een goede vluchtweg. Soms komt een nooduitgang zelfs uit op een binnenplaats met blinde muren, blijkt in Arnhem. Deskundigen wijzen erop dat de voorwaarden waar een veilige vluchtroute aan moeten voldoen in Nederland “vrij licht” zijn.

“Mijn enige optie is de gewone trap naar beneden”, zegt de Arnhemse binnenstadsbewoonster Imme van ’t Ooster bij Omroep Gelderland, “Maar als daar brand uitbreekt, kan ik geen kant op.”

Een maand geleden was ze een van de tientallen bewoners die een maand geleden halsoverkop moest vluchtten toen een grote brand een reeks historische panden in de as legde. “Ik zag brandende brokstukken voor mijn raam naar beneden vallen. Ik heb wat spullen gepakt en ben naar buiten gegaan”, aldus Van ’t Ooster.

Geval van nood

Voor haar liep het goed af. Wel vroeg ze zich af hoe zíj zou moeten vluchten in geval van nood. Aan de achterkant van haar appartement ontdekte ze een ladder waarmee ze een stukje naar beneden kon. “Maar dan kom ik uit op een binnenplaats met allemaal blinde muren. Er is daar geen ladder meer om verder omhoog of omlaag te komen”, zegt ze. “Ja eentje, maar die komt uit op een raster aan de onderkant, waar je niet verder kan.”

Deskundigen zijn niet verbaasd. Volgens adviseur brandveiligheid Peter van de Leur ontbreekt het aan strenge regelgeving voor bestaande bouw en speelt het probleem dus in elke historische binnenstad in Nederland.

Voor nieuwbouw van drie verdiepingen of hoger zijn er bijvoorbeeld eisen dat een vluchtroute ook brandwerende deuren moet hebben. “Bij bestaande bouw is dat pas vanaf vijf verdiepingen. Maar historische panden hebben vrijwel nooit vijf verdiepingen”, aldus Van der Leur.

De winkel

De adviseur zegt dat het gebruik van een vluchtroute ook te maken heeft met hoe snel een brand om zich heen grijpt. En dat heeft weer mede te maken met welke spullen er staan, in de woning zelf maar bijvoorbeeld ook in de winkel eronder.

Van der Leur wijst op het winkelpand van SoLow, waar de brand in Arnhem begon: een winkel vol met brandbare (plastic) waar. “Voor je bank, tv, stoelen en alles wat je in je gebouw neerzet, gelden geen eisen. Maar die zijn wel bepalend voor het risico ín het pand”, zegt hij. “Denk maar aan de kerstversiering in het café in Volendam.”

De regels voor brandveiligheid houden ‘slechts beperkt’ rekening met de aanwezige spullen, zegt ook onderzoeker Johan van der Graaf van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid. Dat kan grote gevolgen hebben, bij winkels waar mensen boven wonen. Maar ook in hotels in binnensteden.

“Hotels zijn vaak in monumenten gevestigd. Daar ontstaat brand vaak in een sauna”, aldus Van der Graaf. “Een maatregel zou kunnen zijn om bij hotels in een monument geen sauna toe te staan.”

Van der Graaf vindt dat iedere ondernemer die een historisch pand in gebruik neemt, eerst zou moeten onderzoeken of extra brandveiligheidsmaatregelen nodig zijn. Volgens hem gebeurt dat nu nog lang niet altijd.

Doorgebroken op gekste plekken

Veiligheidsregio Gelderland-Midden wijst op nóg een probleem: als gevolg van verbouwingen door de eeuwen heen zijn de muren soms op de gekste plekken doorgebroken. Dat zijn allemaal weggetjes waar het vuur zich verder kan verspreiden. Een doolhof vol verrassingen voor de brandweer, aldus de veiligheidsregio.

Panden in een binnenstad zijn bovendien dicht op elkaar gebouwd, waardoor er een grotere kans is op overslag van de brand naar aangrenzende panden of blokken.

Adviseur Van de Leur pleit ervoor dat bewoners en eigenaren van historische panden zich bewust worden van de brandveiligheid van hun pand. De veiligheidsregio Gelderland-Midden wil ze stimuleren om samen afspraken te maken over vluchtroutes via elkaars panden.

Door Haluk